Veertig jaar!
Veertig jaar heeft men de tijd gehad om erachter te komen dat de babyboomers van toen nu met pensioen gaan. Maar de nodige beleidsmakers en politici hebben zitten slapen of doen alsof ze nergens van konden weten. Een hele hoop gezeur over de pensioenen van de grijze golf is het gevolg; nog net niet wordt ons verweten dat we geen vroegtijdige dood hebben gekozen om genoeg geld in kas de houden – voor de bestuurders van de pensioenfondsen en de volgende generaties.
En nu staat ook nog eens groot in de krant dat we afstevenen op een enorm personeelstekort. Tja, ook dat was al eerder te voorzien, maar degenen die vooruit moesten kijken om de nodige maatregelen te treffen, hebben zeker zitten suffen. Nu pas komt men erachter dat er te weinig kinderen zijn er geboren om de vertrekkende naoorlogse geboortegolf te kunnen vervangen.
Ook moet het onderwijs beter aansluiten op de vraag van bedrijven. Er komen te weinig kinderen van school die met de handen willen werken. En iedereen knikt braaf en misschien ook nog verontwaardigd van ja. Ook die ouders die niet willen dat hun kind naar het vmbo gaat, maar eisen dat het kroost theoretisch onderwijs zal gaan volgen. Bovendien zijn er in ons land steeds minder scholen waar je een volledige technische beroepsopleiding kunt volgen. Niet voor niets volgen zoveel kinderen die opleiding in België.
Natúúrlijk moeten er mensen opgeleid worden om in bedrijven te gaan werken, maar er zijn ook groepen studenten die een andere invulling aan hun studie willen geven. Die willen niets maken of verkopen. Er zijn mensen die alleen maar gaan studeren omdat ze dingen willen weten en willen begrijpen, die van literatuur houden of muziek willen maken.
Of willen filosoferen. Die kinderen iets willen bijbrengen of bejaarden of zieken verzorgen. Die produceren niet echt iets dat je kunt verkopen. En dat wordt ze soms ook nog kwalijk genomen.
Laat ze toch, je kunt niet iedereen dwingen om auto’s te maken of telefoons, net zomin als je anderen kunt dwingen om arts, accountant of manager te worden. Je zou natuurlijk ook eens andersom kunnen denken en werk zoeken dat bij het aanbod past. Moeilijk, maar misschien is het wel iets om over na te denken.
Of nog beter; je zou de doelstellingen van onze maatschappij moeten veranderen. Niet meer de economische groei, maar het geluk en het welzijn van de mensen voorop- stellen. Dan hebben we het niet meer over het BNP (Bruto Nationaal Product), maar streven we het BNG na – het Bruto Nationaal Geluk.
Misschien zijn de beroepen die nu als economisch niet belangrijk te boek staan in die samenleving wel van meer belang dan een bankdirecteur of een bestuursvoorzitter dat nu denken te zijn. Een musicus, een kunstschilder, een ziekenverzorgende kan in die samenleving dan misschien ook wel iets meer waardering ontvangen dan nu het geval is.
We moeten het geluk van de mensen nastreven. In plaats van rijk te willen worden, moeten we proberen gelukkig te worden. Maar dan moet natuurlijk ook de perceptie van geluk veranderen. Ik ken een gezin waar in het hele huis maar één boek te vinden is: Hoe word ik rijk?
Tja, zo wordt het nooit wat met onze samenleving.